Belastingaangifte 2026 van start: voor het eerst werkelijk rendement opgeven mogelijk
Sinds 1 maart kunnen ruim negen miljoen Nederlanders weer belastingaangifte doen. Een belangrijke nieuwigheid dit jaar: belastingplichtigen mogen voor het eerst hun werkelijke rendement op spaargeld en beleggingen opgeven, in plaats van de theoretische percentages die de Belastingdienst hanteert.

Belastingaangifte seizoen geopend met nieuwe mogelijkheid voor box 3
Sinds middernacht van 1 maart 2026 is het weer mogelijk om belastingaangifte te doen in Nederland. Ruim zeven miljoen particulieren en 2,5 miljoen ondernemers zijn verplicht aangifte in te dienen vóór 1 mei. Wie uitstel aanvraagt, krijgt tot eind augustus de tijd.
De opening van het aangifteseizoen ging gepaard met de gebruikelijke drukte op de website van de Belastingdienst. In de vroege ochtend van 1 maart waarschuwde de dienst dat de site moeilijk bereikbaar was vanwege het grote aantal bezoekers. Mensen die er niet doorheen kwamen, werden geadviseerd het later op de dag opnieuw te proberen of gebruik te maken van de Aangifte-app. In 2023 werd de eerste aangifte al na een recordtijd van 59 seconden ingediend.
Nieuw: werkelijk rendement doorgeven
De belangrijkste vernieuwing dit jaar betreft box 3, de vermogensbelasting op spaargeld en beleggingen. Voor het eerst kunnen belastingplichtigen hun werkelijke rendement opgeven, in plaats van te worden belast op basis van fictieve rendementspercentages.
De Belastingdienst rekent normaal gesproken met een theoretisch rendement van 1,37 procent op spaargeld en 5,88 procent op bezittingen zoals aandelen. Over dat fictieve rendement moet vervolgens 36 procent vermogensbelasting worden betaald. Deze belasting geldt alleen voor vermogens boven de vrijstellingsgrens van €57.684 voor alleenstaanden en €115.368 voor fiscale partners.
Wie in werkelijkheid minder rendement heeft behaald dan de fictieve percentages, kan nu direct het lagere, werkelijke rendement doorgeven. Daarvoor zijn gegevens nodig van de bank, zoals een jaaroverzicht met ontvangen rente. Heeft iemand juist méér rendement gemaakt dan het fictieve percentage, dan hoeft er niet meer belasting betaald te worden: de Belastingdienst gaat in dat geval uit van het lagere, fictieve rendement.
Voordelig voor spaarders
De nieuwe regeling is met name gunstig voor spaarders. De spaarrente schommelde in 2025 gemiddeld tussen de 1,2 en 1,6 procent voor vrij opneembare rekeningen en tussen de 2,2 en 2,8 procent voor deposito's met een vaste looptijd, aldus De Nederlandsche Bank. Dat kan lager uitvallen dan het fictieve percentage van 1,37 procent waarmee de Belastingdienst rekent.
Beleggers in aandelen profiteerden in 2025 echter van een sterker jaar: de AEX-index steeg met circa 8 procent, ruim boven het fictieve rendement van 5,88 procent. Inclusief uitgekeerd dividend kan het werkelijke rendement voor aandelenbeleggers nog hoger uitvallen. Voor hen is het doorgeven van het werkelijke rendement daardoor doorgaans minder voordelig.
Gevolg van uitspraak Hoge Raad
De wijziging volgt op een uitspraak van de Hoge Raad, die oordeelde dat het hanteren van fictieve rendementen voor sommige belastingplichtigen — met name spaarders — onredelijk nadelig uitpakte. Eerder moest wie zijn werkelijke rendement wilde opgeven een apart formulier meesturen bij de aangifte. Die stap is nu geïntegreerd in het standaard aangifteproces.
"Dit kan bijvoorbeeld handig zijn voor mensen met veel spaargeld die niet weten welk rendement op hen van toepassing is", zegt Steef Cobben, manager inkomstenbelasting bij de Belastingdienst.
Veel gegevens in de aangifte zijn al vooraf ingevuld door de Belastingdienst, op basis van informatie van banken, werkgevers en gemeenten. De dienst biedt ook dit jaar ondersteuning bij het invullen van de aangifte, zowel telefonisch als fysiek.
Credibility Assessment✓Verified
Verdict: Verified — Verified by TruthPulse AI
Sources
- RSS· NOS Nieuwshttps://nos.nl/l/2604462